Op bezoek bij Anton Kutter

                                                                                                            Te gast bij Anton Kutter
 

anton Kutter
Anton Kutter in 1943 met de 30cm Schiefspiegler door hem ontwikkeld

Toegegeven: het klinkt eigenaardig, ,maar in de loop van één van de volgende verhalen wordt wel duidelijk waarom ik voor deze titel kies.
De afgelopen twee jaar had ik het geluk de gast te mogen zijn van mensen die in onze landen toch iets binnen de wereld van de amateur én professionele astronomie toch iets te betekenen hadden.
Daar waren, in deze volgorde, Bruno Ernst, Kees de Jager en nu ook de kinderen van Anton Kutter. Deze drie ‘eminenties’ zijn eigenlijk onlosmakelijk met mekaar verbonden. Bruno Ernst (Hans de Rijk), en Kees de Jager werkten jarenlang samen om Sterrenwacht Simon Stevin en popularisatie van de sterrenkunde en goede naam te bezorgen. Het werden ook vrienden voor het leven. Bij de familie Kutter was dit minder evident. Maar er was veelvuldig mailverkeer én ik had hen de video doorgestuurd van de Kutterdag in Sterrenwacht Tivoli. . Dat gaf de doorslag. Dat en nog een aantal zaken. Maar dat verhaal is zo complex dat ik het besloot op te delen in drie stukken. Vandaar deze 'proloog' waar de de familie Kutter beter leert kennen. Gaandeweg komt het leven van Anton aan bod. Dat is dan weer voor deel 2.( voorzien binnen een paar weken) Derde deel wordt dan de climax. 'blik in de toekomst. Dit komt online wat dieper in het voorjaar. Maar intussen vroeg ik Adrian zo diep mogelijk in te gaan op mijn vragen. Dit is zijn verhaal, geniet ervan.

Familie Kutter; het verhaal

Over meer dan 100 jaar bioscoop in Biberach en over 100 jaar familiegeschiedenis ten dienste en uit liefde voor de bioscoop, speelfilms en astronomie.
Adrian Kutter aan het woord , 14 november 2016.
 

adrian
Adrian Kutter

Mijn grootvader langs moeders kant, Gottlob Friedrich Erpff werd op 3 oktober 1877 geboren in Schwäbisch Gmünd, zoon van een textielverver. Voorbestemd om zijn vader op te volgen leerde hij bij zijn vader het vak tussen 1893 en 1895. Daarna werkte hij als assistent textielverver in Leutershausen-Ansbach tot zijn meesterproef in 1897. Op 1 oktober 1897 ving hij zijn militaire dienst aan bij het infanterie regiment 123 in Ulm. Na de dood van zijn vader in december van datzelfde jaar werd hij van zijn militaire dienst ontheven om de zaak van zijn vader verder te zetten.

In 1906 trouwde hij met zijn vrouw Louise, uit dit huwelijk kregen ze hun dochter Else in 1907. In 1907 stichtte hij in Schwäbisch Gmünd een fabriek voor stoomreiniging, textielverven en chemische reiniging welke hij met groot succes heeft geleid tot 1911. Toen werd hij ernstig ziek, volgens zijn dokter door vergiftiging te wijten aan zijn beroep als textielverver en daarom moest hij zijn beroep opgeven. Daar hij toen ook al enige tijd betrokken was bij lichtspel theaters (Stuttgart, Göppingen, Ravensburg, Friedrichshafen) verkocht hij zijn bedrijf en kocht in 1912 de "Eden-Kinematographen" (bioscoop) in de Viehmarktstrasse, Biberach, in een gebouw naast het hotel Krone.
Op de verdieping was de feestzaal van het hotel en daaronder waren vroeger de voormalige stallen en bergplaatsen voor de gasten van het hotel. Hier bouwde hij een echte bioscoop met ongeveer 200 plaatsen, uitgebreid tot 300 plaatsen in 1915, wat met het succes bij de bevolking van Biberach ook snel weer te klein was. In 1925 kon hij door een overeenkomst met het stadsbestuur in het stadtheater van Biberach het "Stadttheaterlichtspiele" openen. Daar werden vertoningen gegeven op zaterdag en zondag. Mijn grootvader nam deel aan wereldoorlog 1 en keerde na 2 jaar zwaar gewond terug. In die tijd nam mijn grootmoeder Louise de uitbating van de bioscoop over.

In het begin, tot 1912 ongeveer liepen programma's van anderhalf uur, samengesteld uit verschillende kortfilms. Pas vanaf 1920 kwamen de eerste langspeelfilms in de bioscopen. Op bepaalde dagen begeleide een 5-man orkest de speelfilms. Grootmoeder Louise Erpff was een goedhartige vrouw die snel bekend en geliefd werd in de stad. De bioscoop was vooral bij de jeugd een zeer gewilde attractie en vele kinderen die geen of te weinig geld hadden mochten soms van de bewegende beelden op het scherm genieten. Louise Erpff zat immers zelf aan de kassa om de kaartjes te verkopen. Meestal stond haar dochtertje Else daarnaast, een zeer mooi meisje met lang zwart haar waar alle jonge mannen graag naar keken...
 

huis
Haus Kleeblatt: geboortehuis Anton Kutter. Bouwj 1362

Ook een zekere Anton Kutter, in 1903 geboren in het Kleeblatthaus op de markt van Biberach, zoon van koopman Viktor Kutter, merkte de mooie Else op en sprak af om met haar op het marktplein te spelen. Anton was echter ook geïnteresseerd in de sterrenhemel en vooral de Maan. Als 12-jarige knutselde hij uit een brillenglas en een speelgoedprojector een refractor in elkaar waarmee hij van op de vliering van het Kleeblatthaus naar de nachtelijke hemel keek. Als veelvuldig bezoeker van de bioscoop - en niet alleen voor Else - had hij ook grote belangstelling voor het medium film.
Zo knutselde hij op 10 jarige leeftijd uit reserve onderdelen een eerste filmcamera in elkaar en als 15-jarige begon hij zijn "filmcarrière". In zijn eerste regie verfilmde hij "Tom Sawyer" en zijn jeugdvriendin Else, 11 jaar oud, kreeg de hoofdrol van Becky toebedeeld. Die aantrekking tussen Anton en Else bleef bestaan tijdens hun schooltijd en het volwassen worden, ondanks het feit dat ze elkaar soms enige tijd niet meer konden zien. Else volgde middelbare school in Friedrichshafen en Anton in Ravensburg, dit was immers niet mogelijk in Biberach. Else kwam in 1923 terug naar Biberach, werkte deeltijds en speelde in verschillende theaterstukken bij het "Dramatischen Verein". Anton studeerde in 1922 af in Stuttgart als gediplomeerd ingenieur. Ook als student hield hij zich met astronomie bezig en van 1923 tot 1925 was hij assistent bij de volkssterrenwacht van Stuttgart. Na het afsluiten van zijn studies kreeg hij in 1926 zijn eerste aanstelling bij het fototechnisch Labor Epkems in Keulen. Na een half jaar wisselde hij die job om te gaan werken bij Filmproduktion Arthur Böhm-Film in Keulen. Daar draaide hij zijn eerste drie professionele speelfilms, waaronder de in Biberach geproduceerde Wieland-film "Stervende romantiek". In de hoofdrollen speelden enkel leden van het "Dramatischen Vereins Biberach" m et Heinrich Sembinelli, Gustav Lumpp (als Wieland) en natuurlijk Else Erpff als Sophie Gutermann (later La Roche). In 1927 ging Anton Kutter een jaar naar Parijs, op uitnodiging van de Franse filmproducent Petitjean. Daar draaide hij 4 experimentele speelfilms.

 

regie
Anton als regisseur

In 1928 kreeg hij van directeur generaal Adolf Pirrung de opdracht om drie films over de "Oberschwäbischen Elektrizitätswerke" (OEW) te maken. De langspeelfilm "Grosskraft der Berge" (1926-1930) ging over de bouw van de Vermunt waterkrachtcentrale in Montafon. In 1928 maakte hij "Licht und Kraft" over verschillende waterkrachtcentrales van de OEW in Iller en Donau en de stoomcentrale in Ulm-Donautal. Uiteindelijk in 1929 de film "Kuriert", een vrolijke publiciteit speelfilm over een koppige boer die door zijn zoon, diens toekomstige vrouw, haar succesvolle vader (een boer in de buurt) door list "overhaalt" werd om electriciteit te gaan gebruiken op de boerderij. In 1931volgde Anton Kutter de oproep van EMELKA, de grote filmstudio in München-Geiselgasteig (later BAVARIA), om daar de regie van documentaires en speelfilms te doen en draaiboeken te schrijven.

De twee eerste films "Rhytmus der Welt" (1931) en "Mondlicht" (1932) waren zo succesvol dat hij uitgekozen werd als auteur van het draaiboek en regisseur van de eerste Zwitserse klankfilm en Duits-Zwitserse co-productie "Der Goldene Gletscher" (1932). Na het grote succes van die film in Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk draaide hij in 1933 ook de tweede Zwitserse klankfilm "Die weisse Majestät" die eveneens in het Berner Oberland speelt. Deze film werd parallel in een Franse versie met gedeeltelijk Franse acteurs gedraaid: "Un de la montagne". Ook hiervoor was Anton Kutter verantwoordelijk, samen met de Franse co-regisseur Serge Polignac. Anton nam zijn geliefde Else in 1931 vanuit Biberach mee naar München en tijdens het maken van de films in Zwitserland trouwden ze in juni 1933 in Bern.

Als felle tegenstander van het nationaal socialisme gaf hij dat ook te kennen tijdens het maken van zijn films en werd door acteur Carl de Vogt bij de rijksminister voor propaganda, Dr Joseph Goebbels, verraden. Zo kon een derde Zwitsers filmproject niet meer doorgaan, moest hij naar München terugkeren en kreeg hij verbod om zijn beroep uit te oefenen. Door het grote succes van zijn speelfilms en twee gouden medailles op het filmfestival van Venetië werd het beroepsverbod na een jaar omgezet naar een verbod om speelfilms te maken. Zo organiseerde Anton Kutter dan, in de jaren 1936 tot 1945, de cultuurafdeling en de grote trucfilm-technische afdeling in de Bavaria filmstudio's van München-Geiselgasteig. Het eerste grote succes daarvan was de eerste Duitse science-fiction film "Weltraumschiff 1 startet".
 

maan
Anton bij zijn maanglobe.Gemaakt naar de foto's genomen met zijn 30cm Schiefspiegler

Tijdens zijn jaar beroepsverbod kon hij zich meer bezig houden met zijn grote hobby, Astronomie. Met zijn bevriende astronoom Professor Anton Stauss bouwde hij in het München stadsdeel Pullach im Garten een sterrenwacht. Dit heeft later geleid naar de ontwikkeling van de legendarische "Schiefspiegler" of "Kutter-telescoop" in de jaren 1936-1939. Die sterrenwacht werd later overgebracht naar Biberach en bovenop het bioscoopgebouw gezet

In 1937 werd in München Kutter's eerste zoon Claus geboren, in februari 1943 kregen ze zoon Adrian. In de herfst van hetzelfde jaar werd hun woning in München door een bombardement vernield en gingen Else en beide kinderen inwonen bij grootvader Gottlob Erpff in Biberach. Anton Kutter verbleef toen bij zijn vriend-astronoom Stauss in Pullach tot, aan het eind van de oorlog, de filmstudio's in Geiselgasteig gesloten werden en hij ook naar zijn familie in Biberach ging.

Intussen gebeurde in Biberach bij grootvader Erpff het volgende wat de cinema betreft:
Ondanks de vergroting van de filmzaal en de tweede zaal in het stadtheater was de capaciteit te klein voor de grote belangstelling van de Biberach bevolking en dit des te meer toen eind 1930 in het stadtheater en in januari 1931in de eigen bioscoop de eerste klankfilms vertoond werden.
Toen een tweede uitbreiding van de bioscoop niet mogelijk was, zocht Gottlob Erpff naar een plaats om een bioscoop met minstens 600 plaatsen te bouwen. Uiteindelijk kon hij een deel van de grond van de houtfabriek Schmitt in de Waldseerstrasse 3 aankopen. Nadat de nationaal socialisten in 1933 de macht grepen werden films en bioscopen onder controle van het regime gebracht en als middel gebruikt om het gedachtegoed van de nationaal socialisten uit te dragen. De "Reichsfilmkammer" besliste over de keuze van de speelfilms in de bioscopen. Om zijn licentie als bioscoop uitbater te kunnen behouden en een bouwvergunning voor de nieuwe bioscoop te kunnen bekomen werd Gottlob Erpff gedwongen toe te treden tot de NSDAP (Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei). Zo kon hij in 1939 starten met de bouw van de nieuwe bioscoop. Daar hij nauwelijks actief was als partijlid kreeg hij te kampen met veel tegenstand en represailles van de Reichsfilmkammer om het vereiste bouwmateriaal te bekomen en zo kon de opening van het "Filmtheater Biberach" (650 plaatsen) pas twee jaar later plaats hebben met op 24 oktober 1941 de film "Annelie". De bioscoop in de Viehmarktstrasse werd toen gesloten maar de parallelle vertoningen in het stadtheater werden verder gezet.
 

complex

Cinemazaal met de originele koepel er nog op.

Na de opmars van de Franse troepen in 1945 in Biberach kreeg Gottlob Erpff na enkele weken de toelating om de vertoningen in het "Filmtheater" en het stadtheater te hervatten. Echter moest hij elke week gedurende meerdere dagen Franse films vertonen voor de bezettingstroepen. Wegens zijn gevorderde leeftijd wou Gottlob Erpff toen zijn bioscoopbedrijf overlaten aan zijn schoonzoon Anton Kutter. De Franse militaire regering legde midden 1946 beslag op de bioscoop en gaf de leiding aan Norbert Nusser zodat Anton Kutter pas vanaf april 1949 de leiding van de bioscoop kon overnemen.
Na de afgrijselijke tweede wereldoorlog en een verstoord, gedeeltelijk door geallieerde troepen bezet Duitsland kon niemand vermoeden dat een herneming van de filmproducties zo snel zou gaan. Anton Kutter kreeg als eerste in Duitsland in 1948 de toelating om een korte documentaire te maken over een voorbeeld landbouwmodel, zo ontstond "10 Bauern unter einem Hut".
In 1949 kreeg hij van de Musikgemeinde Altötting de opdracht om een lange historische speelfilm te maken over de geschiedenis van het heiligdom in Altötting: "Unsere liebe Frau". Deze film werd sinds 1950 vertoond in een speciaal voor deze film gebouwde bioscoop en wordt na 62 jaar nog dagelijks voor de pelgrims getoond. Intussen werd deze film door meer dan 50 miljoen mensen gezien.

 

cinema
originele cinema met zes zalen en museum

Een eenzaam bezoekersaantal voor films in Duitsland. In de volgende jaren tot 1955 draaide Anton nog 4 speelfilms in Oostenrijk, de laatste en grootste succes "Das Lied von Kaprun". Een dramatische speelfilm met internationale acteurs, die ontstond tijdens de bouw van de Grossglockner waterkrachtcentrale Kaprun. In de jaren 1949-1955, tijdens de afwezigheid van Anton tijdens het maken van de speelfilms, nam Else de leiding van het "Filmtheater" dat Anton, na zijn laatste film in 1955, uitbreidde met de nieuwbouw van de "Urania" bioscoop als tweede zaal.
Anton Kutter hield zich dan enkel nog bezig met de leiding van beide bioscopen en wijdde zich zeer intensief aan astronomische studie. Ik zelf (Adrian Kutter) kwam in 1972 terug na een opleiding bedrijfsbeheer in Mannheim en nam de leiding van de bioscopen over en bouwde nog twee kleinere zalen. Zo ontstond in maart 1978 het legendarische zaaltje "Sternchen" dat als bioscoop diende voor het in 1979 opgerichte Biberach filmfestival wat in 2016 voor de 38e maal onder mijn leiding plaats vond.

In 2005 werd het bioscoopcomplex in de Waldseerstrasse vernieuwd en uitgebreid met een groot foyer en 4 bioscoopzalen: het "Sternenpalast". Dit werd wegens leeftijd in 2007 verkocht aan de bioscoopuitbater Lochmann uit Rudersberg. Ik leid echter het filmfestival en het museum "Film- und Kinomuseum Baden-Württemberg e.V" dat zich ook in het bioscoopcomples "Sternenpalast" bevindt.

Programm and register 'Biberach 2018 '
like Anton Kutter on Facebook